Tijdstrijd: Yvonne leert Arabisch
In de Tijdstrijd daagt thuisopleider NHA drie kandidaten uit om een opleiding van hun keuze binnen drie maanden af te ronden. Tijdstrijder Yvonne koos ervoor om Arabisch te leren. We spreken haar over wat meezit, wat tegenzit en wat de studie haar oplevert.
Anderen helpen
Yvonne is docente van de Internationale Schakelklas. Hier leren leerlingen de Nederlandse taal. Veel van haar leerlingen spreken Arabisch en hebben moeite om het Nederlands op te pakken. Yvonne: “Soms raken ze dan heel gefrustreerd. Dat vind ik vervelend, want ik wil ze helpen, maar de taal staat tussen ons in. Daarom besloot ik Arabisch te gaan leren.”
“Ik wilde Arabisch leren om
mijn leerlingen beter te
kunnen begrijpen.”
<< Tekst gaat door onder de foto >>

Laten slijten
Hoewel ze nog geen volzinnen kan, pakte Yvonne haar rol als Tijdstrijder zeer serieus op. In de zomervakantie deed ze soms wel 5 lessen per week! “Dat was best intensief, maar ik wilde er graag echt voor gaan. Op een gegeven moment merkte ik dat ik te snel ging. Elke les leer je zo’n 50 à 60 woorden bij. Dat onthoud je niet in een dag.”
Oefenen, oefenen en nog eens oefenen
Vooral de klanken waren in het begin lastig. “Er zijn veel klanken die je nog nooit hebt gehoord en daarom weet je ook niet hoe je ze uit moet spreken. Dat is echt moeilijk. Dan zat ik de hele dag op één klank te oefenen. Gelukkig kun je via een app controleren of je uitspraak klopt. Ook schrijven komt aan bod. Ik kan nu blind typen in het Arabisch. Als je me dat van tevoren had verteld, dan had ik dat nooit geloofd.”
“Een taal leren voelt zoveel
nuttiger dan scrollen door
je Facebooktijdlijn.”
Leuk om te leren
Yvonne denkt niet dat ze de Tijdstrijd gaat halen: het tempo ligt net iets te hoog. Hoewel ze zeker niet van plan is om te stoppen met Arabisch leren. “Ik kan de hele dag gaan Facebooken, maar daar staat niets nuttigs op. En soms kijk ik meerdere keren per dag het nieuws, maar hoor ik steeds hetzelfde. Dan houd ik me liever bezig met deze studie. Ik vind het ontzettend leuk om te leren en ik kan er anderen ook nog eens mee helpen. Wat wil je nog meer?”