Een vlucht door de tijd, van Socrates
tot Wittgenstein
U start deze boeiende cursus met een introductie in de godsdiensten
die zijn ontstaan door aanbidding van natuurverschijnselen, door
verklaringen van verschijnselen door middel van geesten
(sjamanisme), of door de aanbidding van één of meerdere goden. Zo
leert u in de eerste 4 lessen over de vele soorten
levensbeschouwingen van uzelf en van anderen in de wereld.
Vervolgens leren wij u in les 5 tot
en met 10 over de filosofische tradities uit India, Iran en China.
De oosterse filosofieën zijn nauw verbonden met een bepaalde
spirituele praktijk of religieuze traditie. U leert hoe de oosterse
filosofieën u helpen juist te handelen in het leven en te begrijpen
wat de zin is van het leven.
Alle vormen van filosofie hebben als overeenkomst dat ze mensen
motiveren om kritisch te zijn naar vanzelfsprekendheden. Niets is
zomaar vanzelfsprekend. Zowel in de oosterse als in de westerse
filosofie blijken er vanaf het begin heel verschillende visies
naast elkaar te hebben bestaan. Wij brengen de geschiedenis van de
westerse filosofie in kaart.
In de lessen 11 tot en met 15 leert u
over de oud-Griekse filosofie van Socrates, Plato en diens leerling
Aristoteles, die op zijn beurt de leermeester was van Alexander de
Grote. Zijn ideeën over de verschillende takken van filosofische
disciplines zijn verder uitgewerkt in de Middeleeuwen en later
verrijkt met nieuwe inzichten. U overbrugt eeuwen; van Schopenhauer
tot Kierkegaard, van Marx tot Engels, van Descartes tot Kant. U
komt via de Verlichting en de twintigste-eeuwers Nietzsche, Sartre,
Wittgenstein uit bij de moderne taalfilosofie en
wetenschapsfilosofie. Uw kennis van de geschiedenis van de
filosofie maakt duidelijk dat filosofie en empirische wetenschap
lang niet zo dicht bij elkaar liggen dan men vroeger dacht.
De lessen 16 tot en met 20 maken u
bekend met de verschillende vakgebieden binnen de filosofie. U
begint met de systematische filosofie. U leert over het streven
naar kennis en het achterhalen van de werkelijkheid. Maar ook over
de leer van de logica (het juiste denken), de taalfilosofie, de
metafysica en het 'zien' van de werkelijkheid als een geheel
(ontologie).
De lessen 21 tot en met 35 leren u
over de praktische filosofie; hierin staan de zachtere kanten van
de filosofie centraal. Sociale normen en waarden, omgang met mensen
en het verklaren van gedrag.
Wij dagen u in de laatste les uit om met de uitgebreide kennis uit
deze indrukwekkende cursus uw eigen filosofische standpunten te
vormen. De manier waarop u tegen het leven aankijkt, bepaalt voor
een groot deel hoe u in het leven staat. U komt op deze wijze in
aanraking met vragen die u zelf nooit eerder had gesteld en
misschien zelfs met antwoorden waarvan u vooraf nooit had gedacht
ze te kunnen formuleren.
Met deze cursus vormt u een ruime algemene kennis van filosofie en
levensbeschouwing. U legt de basis voor uw eigen denken over
levensonderwerpen en vormt daarop een eigen zienswijze!