Als
sociaal-maatschappelijk dienstverlener houd jij je bezig met het in
kaart brengen van materiële en (daaraan gerelateerde) psychosociale
behoeften van de cliënt. Je verzorgt praktische dienstverlening en
adviseert over regelingen of voorzieningen. Je behartigt de
belangen van je cliënt en gaat vervolgens in overleg met andere
disciplines of hulpverleners. Hierbij horen ook taken als
dossiervorming en rapporteren. Coördinatie, overleg en afstemming
zijn met name gekoppeld aan deze cliëntgebonden
werkzaamheden.
Afhankelijk van je functie, de organisatie waarin je werkzaam bent,
en de doelgroep waarmee je werkt, zal het zwaartepunt van de
functie net anders liggen. In sommige organisaties ligt het
zwaartepunt van de werkzaamheden bij informeren en adviseren, in
andere organisaties bij bemiddeling op het gebied van sociale
zekerheid.
Omgang met verschillende type cliënten en het voeren van
verschillende soorten gesprekken zijn in jouw werk van groot
belang. Soms ligt het accent van jouw werkzaamheden op
ondersteuning en begeleiding van kwetsbare doelgroepen bij hun
materiële behoeften. Hierbij is psychosociale ondersteuning en
vergroting van de zelfredzaamheid erg belangrijk.
De mate van jouw ondersteuning is afhankelijk van de mogelijkheden,
kennis en vaardigheden van de cliënt. Het is jouw taak om de
zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de cliënt te vergroten.
Daarbij maak je de cliënt duidelijk wat hij mag verwachten van jouw
dienstverlening.
Studieprogramma
De MBO opleiding Sociaal Maatschappelijk Dienstverlener is een
combinatie van theoretisch en praktisch onderwijs. Je start deze
opleiding met leren- en loopbaankennis. Dit resulteert in een
persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) en een persoonlijk actieplan
(PAP). Vervolgens aandacht voor het thema Burgerschap. Na deze
opstart ga je aan de slag met het werken aan de volgende
kerntaken:
Kerntaak 1: Opstellen van een
dienstverleningsplan
Kerntaak 2: Ondersteunen van de cliënt(en)
Kerntaak 3: Uitvoeren van organisatie en
professiegebonden taken
Hiervoor krijg je de volgende kennis thematisch aangereikt:
Periode 1 (9 of 12 maanden)
- Observeren en begeleiden.
- Planmatig werken.
- Verlenen van zorg.
- Communicatie en organisatie.
- Werken met de sociaal maatschappelijk dienstverlenende
cliënt.
- Ondersteunen bij wonen, werken en vrije tijd.
- Vragen en competenties in beeld krijgen.
Periode 2 (9 of 12 maanden)
- Informatie verzamelen en verwerken.
- Rapporteren en informeren.
- Opstellen dienstverleningsplan.
- Werken met groepen.
- Engels beroepsgericht.
Periode 3 (9 of 12 maanden).
- BPV (stage).
- Nederlands algemeen.
- Rekenen.
Wijzigingen in het studieprogramma voorbehouden.
De lessen krijg je per periode toegezonden.
Om de vaardigheden en kennis aan te leren die je nodig hebt om
de kerntaken en werkprocessen uit te voeren, bestudeer je
verschillende theoretische lesonderdelen en maak je beroepsgerichte
opdrachten.